Meldcode

 

 

 

 

 

Meldcode bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling

 

 

Inhoud

Meldcode bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. 3

De professional is zich terdege bewust dat. 3

Begripsbepalingen. 3

Bij deze meldcode zijn in aanmerking genomen: 3

Verkort stappenplan meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. 4

Stappenplan bij signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling. 5

Stap 1 In kaart brengen van signalen. 5

Stap 2 Collegiale consultatie en zonodig raadplegen van het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld. 5

Stap 3 Gesprek met de ouders van de cliënt. 5

Stap 4 Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. 6

Stap 5 Beslissen: zelf hulp organiseren of melden. 6

Verantwoordelijkheden van (naam organisatie) voor het scheppen van randvoorwaarden voor en veilig werk- en meldklimaat. 8

Bijlage 1 signalenlijst. 9

Bijlage 2 tips bij voeren van het gesprek met ouders. 12

Bijlage 3 LIRIK. 13

Bijlage 4 toelichting op de LIRIK. 14

Bijlage 5 risicotaxatie. 15

 

Meldcode bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling

 

Praktijk    (naam van de praktijk)

 

De professional is zich terdege bewust dat

·         ze[1] verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van de dienstverlening aan haar cliënten en dat deze verantwoordelijkheid zeker ook aan de orde is in geval van dienstverlening aan cliënten die (vermoedelijk) te maken hebben met huiselijk geweld of kindermishandeling;

·         op basis van deze verantwoordelijkheid wordt verwacht dat zij in alle contacten met de cliënten attent is op signalen die kunnen duiden op huiselijk geweld of kindermishandeling en dat zij effectief dient te reageren op deze signalen;

·         een meldcode van belang is voor de te nemen stappen signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling;

 

 

Begripsbepalingen

·         onder huiselijk geweld wordt verstaan: (dreigen met) geweld, op enigerlei locatie, door iemand uit de huiselijke kring, waarbij onder geweld wordt verstaan: de fysieke, seksuele of psychische aantasting van de persoonlijke integriteit van het slachtoffer, daaronder ook begrepen ouderenmishandeling en eer gerelateerd geweld. Tot de huiselijke kring van het slachtoffer behoren: (ex)partners, gezinsleden, familieleden en huisgenoten;

·         onder kindermishandeling wordt verstaan: iedere vorm van een voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders, of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend, of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel, daaronder ook begrepen eer gerelateerd geweld en vrouwelijk genitale verminking;

·         onder praktijk in deze code wordt verstaan: de beroepskracht(en) die werkzaam is (zijn) in (naam praktijk) en die in dit verband aan cliënten therapie, begeleiding, of een andere wijze van ondersteuning biedt ( bieden);

·         onder cliënt in deze code wordt verstaan: ieder persoon aan wie de beroepskracht zijn professionele diensten verleend. Dit kunnen kinderen en volwassenen zijn.

·         onder ouders in deze code wordt verstaan: de ouder(s) van de cliënt of de verzorger(s).

·         AMK is Advies en Meldpunt Kindermishandeling. Melden <18 jaar. http://www.amk-nederland.nl/ Telefoon: 0900 – 123 123 0, vervolgens word je doorgeschakeld naar je eigen regio.

·         SHG is Steunpunt Huiselijke Geweld Melden 18+ Telefoon: 0900 – 1 26 26 26 http://www.vooreenveiligthuis.nl/huiselijkgeweld/

 

Bij deze meldcode zijn in aanmerking genomen:

·         de Wet bescherming persoonsgegevens;

·         Beroepscode van de NVVS

·         Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst

·         de Wet Klachtrecht Cliënten in de Zorgsector

·         Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Verkort stappenplan meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

 

Stap 1

Breng als professional de signalen in kaart, die een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld aangeven en leg deze, zo feitelijk mogelijk, vast in een dossier. Leg ook de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen.

 

 

Stap 2

De professional bespreekt de signalen met een collega/ intervisiegroep. Zo nodig kan er advies worden gevraagd aan het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling of aan het Steunpunt Huiselijk Geweld. Doe dit anoniem, en zeg je naam niet ook al wordt er om je naam gevraagd.

 

 

 

 

 

Stap 3

De professional bespreekt, samen met een collega, de signalen met de ouders van de cliënt. Voor ondersteuning bij het voorbereiden of het voeren van het gesprek kan een deskundige collega en/of het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld worden geraadpleegd. (anoniem)

Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met de ouder(s)/verzorger(s), is alleen mogelijk als:

              de veiligheid van de cliënt, die van u zelf, of die van een ander in het geding             is

 

 

 

 

Stap 4

De professional weegt op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de ouders het risico op kindermishandeling of huiselijk geweld. De professional weegt eveneens de aard en de ernst van de kindermishandeling of het huiselijk geweld en overleg deze wegingen met een collega.

 

Stap 5

Meent de professional, op basis van de afweging in stap 4, dat zij de cliënt en zijn gezin redelijkerwijs voldoende tegen het risico op kindermishandeling of huiselijk geweld kan beschermen:

              organiseer dan de noodzakelijke hulp;

              volg de effecten van deze hulp

 

Doe een melding als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint of als het contact wordt verbroken door ouders.

 

Stappenplan bij signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling

 

Stap 1 In kaart brengen van signalen

 

Breng de signalen die vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen.

 

Maak bij het signaleren van huiselijk geweld of kindermishandeling gebruik van de signalenlijst van het NJP. Zie bijlage 1.

 

De professional bespreekt de signalen met de cliënt.

 

Houd in de gaten dat de pleger van kindermishandeling ook een professional kan zijn, met wie het kind in een afhankelijke relatie zit. In dat geval moet er aangifte gedaan worden.

 

Beschrijf uw signalen zo feitelijk mogelijk. Worden ook hypothesen en veronderstellingen vastgelegd, vermeld dan uitdrukkelijk dat het gaat om een hypothese en/of veronderstelling. Maak een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling wordt bevestigd of ontkracht. Vermeld de bron als er informatie van derden wordt vastgelegd. Leg diagnoses alleen vast als ze zijn vastgesteld door een bevoegde beroepskracht.

 

 

Stap 2 Collegiale consultatie en zonodig raadplegen van het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld

 

Bespreek de signalen met een collega/ intervisiegroep. Vraag zo nodig ook advies aan het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld.

Doe dit anoniem, en zeg je naam niet ook al wordt er om je naam gevraagd. Je naam kan worden gebruikt in contacten naar ouders. Dit kan erg vervelende ruis veroorzaken.

 

 

Stap 3 Gesprek met de ouders van de cliënt

 

Bespreek de signalen met de ouders van de cliënt samen met een collega.

Hebt u ondersteuning nodig bij het voorbereiden of het voeren van het gesprek met de ouders van de cliënt, raadpleeg dan een deskundige collega en/of Advies-en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld. Tips bij voeren van het gesprek met ouders, zie bijlage 2.

 

1.       leg de ouders van de cliënt het doel uit van het gesprek; (We maken ons zorgen om wat we zien)

2.       beschrijf de feiten die u hebt vastgesteld en de waarnemingen die u hebt gedaan;

3.       nodig de ouders van de cliënt uit om een reactie hierop te geven;

4.       kom pas na deze reactie met een interpretatie (te weten huiselijk geweld of kindermishandeling) van wat u hebt gezien, gehoord en waargenomen; in geval van vrouwelijke genitale verminking kunt u daarbij de Verklaring tegen meisjesbesnijdenis gebruiken.

5.       vertel dat het wel of niet melding doen in overweging wordt genomen en dat ouders op de hoogte worden gehouden van de stappen die daarna genomen worden. Vertel aan ouders dat een aanmelding bij het AMK tot de mogelijkheden behoort

 

Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met de ouders van de cliënt, is alleen mogelijk als:

·         de veiligheid van de cliënt, die van u zelf, of die van een ander in het geding is

 

Stap 4 Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling

 

Weeg op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de ouders risico op kindermishandeling of huiselijk geweld. Weeg eveneens de aard en de ernst van de kindermishandeling of het huiselijk geweld. Overleg deze wegingen met een collega.

Maak bij het inschatten van het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling gebruik van:

·         een risicotaxatie-instrument. Zie bijlage 3, 4 en 5

·         Advies inwinnen AMK / SHG of andere samenwerkingspartner (anoniem)

 

 

Stap 5 Beslissen: zelf hulp organiseren of melden

 

Hulp organiseren en effecten volgen

Meent de professional, op basis van de afweging in stap 4, dat zij de cliënt en zijn gezin redelijkerwijs voldoende tegen het risico op kindermishandeling of huiselijk geweld kan beschermen:

                    organiseer dan de noodzakelijke hulp;

                    volg de effecten van deze hulp

 

De professional doet alsnog een melding als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint of als het contact wordt verbroken door ouders.

 

Melden en bespreken met de ouders van de cliënt

 

Bespreek de melding vooraf met de ouder (als de cliënt nog geen 16 jaar oud is).

1.       leg uit waarom u van plan bent een melding te gaan doen en wat het doel daarvan is;

2.       vraag de ouders van de cliënt uitdrukkelijk om een reactie;

3.       in geval van bezwaren van de ouders van de cliënt, overleg op welke wijze u tegemoet kunt komen aan deze bezwaren;

4.       is dat niet mogelijk, weeg de bezwaren dan af tegen de noodzaak om uw cliënt of zijn gezinslid te beschermen tegen het geweld of de kindermishandeling. Betrek in uw afweging de aard en de ernst van het geweld en de noodzaak om de cliënt of zijn gezinslid door het doen van een melding daartegen te beschermen;

5.       doe een melding indien naar uw oordeel de bescherming van de cliënt of zijn gezinslid de doorslag moet geven.

 

Kunt u uw cliënt niet voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling beschermen of twijfelt u er aan of u voldoende bescherming hiertegen kunt bieden:

·         meld uw vermoeden bij het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld;

·         sluit bij uw melding zoveel mogelijk aan bij feiten en gebeurtenissen en geef duidelijk aan indien de informatie die u meldt (ook) van anderen afkomstig is;

·         overleg bij uw melding met het Advies-en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld wat u na de melding, binnen de grenzen van uw gebruikelijke werkzaamheden, zelf nog kunt doen om uw cliënt en zijn gezinsleden tegen het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling te beschermen

Van contacten met de ouders? over de melding kunt u afzien:

·         als de veiligheid van de cliënt, die van u zelf, of die van een ander in het geding is;

·         als u goede redenen hebt om te veronderstellen dat de ouder van de cliënt daardoor het contact zal verbreken.

 

Verantwoordelijkheden van (naam organisatie) voor het scheppen van randvoorwaarden voor en veilig werk- en meldklimaat

 

Om het voor de praktijk mogelijk te maken om in een veilig werkklimaat huiselijk geweld en kindermishandeling te signaleren en om de stappen voor de meldcode te zetten, draagt (naam organisatie) er zorg voor dat:

·         binnen de praktijk en in de kring van cliënten bekendheid wordt gegeven aan het doel en de inhoud van de meldcode;

·         de praktijk een training kan volgen of een andere vorm van deskundigheidsbevordering, zodat zij voldoende kennis en vaardigheden ontwikkelt en ook op peil houdt voor het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling en voor het zetten van de stappen van de code;

·         er voldoende deskundigen ingeroepen kunnen worden die de beroepskracht kunnen ondersteunen bij het signaleren en het zetten van de stappen van de code;

·         de meldcode aansluit op de werkprocessen binnen de praktijk;

·         de werking van de meldcode regelmatig wordt geëvalueerd en dat zonodig acties in gang worden gezet om toepassing van de meldcode te optimaliseren;

·         de praktijk ( naam ) kan bij klachten, de cliënten doorverwijzen naar de klachtenprocedure van de NVVS

 

Bijlage 1 signalenlijst

 

Deze lijst geeft een overzicht van signalen van kindermishandeling bij kinderen in de leeftijd van 4 -12 jaar. De signalenlijst is een hulpmiddel om een vermoeden van kindermishandeling te onderbouwen, niet om kindermishandeling te ‘bewijzen’. Vrijwel alle genoemde signalen kunnen namelijk een andere oorzaak hebben. Hoe meer van de genoemde signalen het kind uitzendt, hoe groter de kans dat er sprake is van kindermishandeling. Maar er zijn ook kinderen waar niet of nauwelijks valt op te merken dat ze worden mishandeld.

 

De signalen

Lichamelijk welzijn

·         blauwe plekken, brandwonden, botbreuken, snij-, krab- en bijtwonden

·         groeiachterstand

·         te dik

·         slecht onderhouden gebit

·         regelmatig buikpijn, hoofdpijn of flauwvallen

·         kind stinkt, heeft regelmatig smerige kleren aan

·         oververmoeid

·         vaak ziek

·         ziektes herstellen slecht

·         kind is hongerig

·         eetstoornissen

·         achterblijvende motoriek

·         niet zindelijk op leeftijd dat het hoort

 

Gedrag van het kind

·         timide, depressief

·         weinig spontaan

·         passief, lusteloos, weinig interesse in spel

·         apathisch, toont geen gevoelens of pijn

·         in zichzelf gekeerd, leeft in fantasiewereld

·         labiel

·         erg nerveus

·         hyperactief

·         negatief zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen, faalangst

·         negatief lichaamsbeeld

·         agressief, vernielzucht

·         overmatige masturbatie

·         schuld- en schaamtegevoelens

·         angst voor agressie

·         denkt de pleger te kunnen beïnvloeden / redden

·         kan van pleger houden, niet van het geweld

·         kan gedrag vertonen dat geweld uit kan lokken of in stand kan houden

·         concentratieproblemen

·         psychische klachten als spanningsklachten, depressies, fobieën en psychoses

·         vreemde verklaringen voor verwondingen

·         nooit ergens aanwezig zonder pleger

·         leeft in sociaal isolement

·         heeft volgzame houding naar pleger

·         komt afspraken niet na

·         mag niet over eigen geld beschikken

·         verslaving

 

Tegenover andere kinderen:

·         agressief

·         speelt weinig met andere kinderen

·         vluchtige vriendschappen (12-18)

·         wantrouwend

·         niet geliefd bij andere kinderen

 

Tegenover ouders:

·         angstig, schrikachtig, waakzaam

·         meegaand, volgzaam

·         gedraagt zich in bijzijn van ouders anders dan zonder ouders

 

Tegenover andere volwassenen:

·         angst om zich uit te kleden

·         angst voor lichamelijk onderzoek

·         verstijft bij lichamelijk contact

·         angstig, schrikachtig, waakzaam

·         meegaand, volgzaam

·         agressief

·         overdreven aanhankelijk

·         wantrouwend

·         vermijdt oogcontact

 

Overig:

·         plotselinge gedragsverandering

·         gedraagt zich niet naar zijn leeftijd

·         slechte leerprestaties

·         rondhangen na school

·         taal- en spraakstoornissen

 

 

Gedrag van geweldpleger (ouder/ander)

·         onverschillig over het welzijn van het kind

·         laat zich regelmatig negatief uit over het kind

·         troost het kind niet

·         geeft aan het niet meer aan te kunnen

·         is verslaafd

·         is ernstig (psychisch) ziek

·         kleedt het kind te warm of te koud aan

·         zegt regelmatig afspraken af

·         houdt het kind vaak thuis van school

·         heeft irreële verwachtingen van het kind

·         zet het kind onder druk om te presteren

·         verkeerd gebruiken van macht

·         weinig zelfvertrouwen

·         schuld- en schaamtegevoelens

·         religieuze opvattingen / druk van sociale omgeving

·         afhankelijkheid

·         zelf getuige slachtoffer geweest van huiselijk geweld

·         traditionele rolopvatting en/of machogedrag

·         slecht verbaal kunnen uiten

·         jaloers, bezitterig

·         kort lontje

·         kan handelen vanuit een gevoel van machteloosheid

 

Gezinssituatie

·         samengaan van stressvolle omstandigheden, zoals slechte huisvesting, financiële problemen en relatieproblemen

·         sociaal isolement

·         alleenstaande ouder

·         partnermishandeling

·         gezin verhuist regelmatig

·         slechte algehele hygiëne

·         religieuze opvattingen / druk van sociale omgeving

 

 

Signalen specifiek voor seksueel misbruik

Lichamelijk welzijn

·         verwondingen aan geslachtsorganen

·         vaginale infecties en afscheiding

·         jeuk bij vagina of anus

·         pijn in bovenbenen

·         pijn bij lopen of zitten

·         problemen bij plassen

·         urineweginfecties

·         seksueel overdraagbare aandoeningen

·         encopresis ( bij jongens)

·         problemen met seksuele identiteit ( bij jongens)

 

Gedrag van het kind

·         drukt benen tegen elkaar bij lopen

·         afkeer van lichamelijk contact

·         maakt afwezige indruk bij lichamelijk onderzoek

·         extreem seksueel gekleurd gedrag en taalgebruik

·         zoekt seksuele toenadering tot volwassenen

 

Deze signalenlijst is overgenomen uit de publicatie van het Nederlands Jeugdinstituut: Wolzak, A. (2009, 6e druk). Kindermishandeling: signaleren en handelen. Te bestellen via www.nji.nl/publicatie.

Er zijn aanvullingen gemaakt uit andere signaleringslijsten.

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 2 tips bij voeren van het gesprek met ouders

 

Voorbereiding:

§  Wat is een goede veilige plek/ tijd om af te spreken? (tijd nemen)

§  Wat zijn de risico’s? (voor jezelf/ ouders/verzorgers/ kind)

§  Waar ga je zitten in de kamer waar je afgesproken hebt?

§  Hoe reageer je als men boos wordt?

 

In het gesprek met de ouders/verzorgers gaat het er om dat men:

§  het doel van het gesprek uitlegt;

§  de signalen, dit wil zeggen de feiten die men heeft vastgesteld en de waarnemingen die men heeft gedaan, bespreekt;

§  de ouder(s)/verzorger(s) uitnodigt om daarop te reageren;

§  na deze reactie komt tot een interpretatie van wat men heeft gezien en gehoord en wat hen in reactie daarop verteld is.

 

Aandachtspunten gesprek:

§  Kom snel ter zake

§  Deel waarnemingen (feiten!) en zorgen (oprechte interesse)

§  Benoem wat je ziet en vraag door

§  Doorvragen op beleving (Hoe is dit voor jou? Hoe wil je dat het over twee jaar is?)

§  Heb een open / respectvolle / begripvolle houding

§  Niet afkraken (kies geen partij / vel geen oordeel /meerzijdig partijdig)

§  Rekening houden met gevoel/ gedrag

§  Ontschuldigen (kinderen)

§  Pas op met beloftes

§  Doe niets achter de rug om

§  Blijf werken aan een vertrouwensrelatie

§  Rond zorgvuldig af (welke veiligheidsafspraken maak je?)

 

 

 

Bijlage 3 LIRIK

 

Verder kan er gebruik gemaakt worden van het risicotaxatie instrument Lirik (Licht instrument risicotaxatie-kindermishandeling)

Deze is met deze link te downloaden of op de site van de NVVS te vinden.

 

http://www.nji.nl/lirik

 

 

Bijlage 4 toelichting op de LIRIK

 

Deze is met deze link te downloaden of op de site van de NVVS te vinden.

 

http://www.nji.nl/lirik

 

 

 

 

 

 Bijlage 5 risicotaxati

Afwegen doe je op basis van een risicotaxatie:
               
1. Acute dreiging
                Veiligheid: Is er een acute dreiging waarbij de veiligheid van het slachtoffer niet          gegarandeerd kan worden?

                2. Veiligheid in het geding?
                Hoe gewelddadig is het? Moet het geweld direct stoppen?

3. Ernst van de gevolgen?
Duur van de situatie. Hoe lang speelt dit al? Ernst van de gevolgen.

4. Isolement
Isolement. Kan de situatie m.b.v. direct betrokkenen worden doorbroken?

5. Inschatting verdere hulpverlening
Inschatting start verdere hulpverlening. Welke hulpverlening kan relatief eenvoudig worden ingezet, zijn er indicaties dat de betrokkene(n) er voor open staan?

 



[1] I.v.m. de leesbaarheid is ervoor gekozen om de professional in de vrouwelijke vorm te schrijven.

Waar ze/zij/ haar staat kan ook hij/zijn/hem gelezen worden